NAMEN-NAMES-NOMS  | HOME  | EMAIL  naar  ( to / à )  |
Paul Lanssens

LANSSENS - DENOO STAMBOOM
genealogie - genealogy - généalogie
Lanssens - Lansens - Lanssen - Lansen - Lamsens         Denoo - Deno - Denaux

»»» voor elke aanvulling of probleem: mail naar Paul Lanssens    -    Pour tout complément ou problème: mail à Paul Lanssens «««


Notities bij: Eduardus LANSSENS


"Eduaert" wordt vermeld in de volkstelling van 1748 als 21-jarige alleenstaande, en behorende tot "de aerme ende dischgenoten ter deser prochie van Wynendaele - Thourout buiten", dwz arm en steuntrekker. In dat jaar had Torhout ca. 1.400 inwoners, waarvan 150 armen.

50 jaar later, in het jaar 5 van de Franse tijdrekening (~ 1798), gaat het met Eduard heel wat beter. Volgens de geboorteakte van zijn kleindochter woont hij bij Brestjes (nu: Breskens). Met deze tip kon ir. Maurice Pyck, bouwkundig ingenieur en later heemkundige uit Torhout, de ligging van deze woning in de ommeloper (voorloper van het kadaster) van 1798 terugvinden. Ze lag langs de huidige Schavelarestraat, aan de rechterkant, juist vóór de spoorweg - die toen uiteraard nog niet bestond. Eduard Lanssens wordt vermeld als volle eigenaar. Daarmee is hij de eerste van de 'Stam Torhout-Oostkamp' die een onroerend goed bezit!!
Meteen vond Maurice Pyck in 1702, op dezelfde lokatie Eduard's grootvader: Pieter Lanssens. Zoals bij Petrus (Pieter) vermeld, wordt het perceel omschreven als een cijnshuisje op een stuk land van 100 roeden (1.475 m2), langwerpig langs de straat. Aangezien grootvader Pieter hier al woonde moet vader Joannes hier ook gewoond hebben. En aangezien Eduard in 1748 tot de Torhoutse armen behoorde, kan hij toen nog geen eigenaar geweest zijn, en evenmin zijn vader en grootvader.
In de oudste kadastergegevens van 1840 is alles nog onveranderd: de grond is 1.380 m2, het huis blijkt 42 m2 te zijn en de eigenaar is een zekere Pieter Van Gheluwe. In 1869 wordt het huis gesloopt, het terrein wordt in twee verdeeld en op elk perceel komt een nieuwe woning. Eén van die twee huizen staat er vandaag nog, maar in bouwvallige toestand.

Wat 'Breskens' betreft: we vinden Breskens ten zuiden van Torhout als één van de "barrières", een tolhuis voor de weg Brugge-Torhout-Roeselare-Menen. Andere barrières waren b.v. Heidelberg, Bergen-op-Zoom, Arenberg, ... allemaal namen die verwijzen naar eigendommen van Karel Theodoor, Hertog van Neuenberg, die rond 1750 deze 45 km lange en rechte kasseiweg liet aanleggen op eigen kosten, in ruil voor de tolrechten. Ten zuiden van Torhout, vlakbij het kruispunt van de ringlaan en de weg naar het centrum, bestaat nog altijd café Breskens. Café Heidelberg nabij Zedelgem is trouwens ook zeer bekend.

In de geboorteakte van die kleindochter Anna-Theresia Lanssens, lezen we voor het eerst het beroep van een voorvader: Eduard is zager. Blijkbaar zit er in de familie toch een voorbestemming naar hout en bos. Eduard's zoon en kleinzoon zullen later boswachter zijn en Remi Lanssens timmerman. Een duidelijke hint als er ooit een familiewapen moet ontworpen worden.

Van het overlijden van Eduardus werd geen akte opgemaakt in de burgerlijke stand. De Fransen hadden de burgerlijke stand opgericht in 1796. Daarvóór, dwz in het Ancien Régime, werden de dopen, huwelijken en begrafenissen alleen opgeschreven door de pastoor. Op veel plaatsen rees verzet tegen deze nieuwe instelling. "Trouwen doe je toch voor God, en niet voor de Agent Municipal", werd er gezegd. Het overlijden konden we uiteindelijk toch vinden in de originele kerkregisters van Torhout, die we mochten raadplegen in de dekenij bij de welwillende pastoor-deken. Zijn secretaris liet ons zelfs een foto nemen!
Toen de dochter Anna Lanssens wou huwen te Handzame in 1806, kon ze uiteraard geen overlijdensakte van haar vader voorleggen. De overlijdensdatum werd dan maar onder ede bevestigd door 4 getuigen. Helaas was het een onvrijwillige meineed ... ze waren immers 1 jaar fout!! Bij het huwelijk van dochter Barbara te Lichtervelde in 1809 werd de overlijdensdatum ook opgegeven. Barbara was beter op de hoogte, want ze gaf weliswaar niet de juiste overlijdensdatum, maar toch de correcte datum van de begrafenis. De verwarring van de getuigen is in feite goed begrijpbaar. Terwijl heel het officiële leven gedwongen sprak in termen van de Franse tijdrekening (Vendemiaire, Brumaire, enz ..) had pastoor Ambrosius zijn kerkregisters in de gewone christelijke tijdrekening verdergezet.

De overlijdensakte van Eduardus is ondertekend door pastoor Ambrosius De Busschere. Tot onze verwondering zien we dat Ambrosius De Busschere de kerkregisters van Torhout ondertekent van 1739 tot 1820 !! Meer dan 80 jaar pastoor ?? Uiteraard is dit onmogelijk: het gaat om twee verschillende personen. Ambrosius senior werd benoemd in 1739 en bleef bijna 40 jaar in functie. In december 1778 wordt hij opgevolgd door zijn 33-jarige neef uit Ardooie, tevens kannunnik. Tijdens het 43 jaar durende herderschap van Ambrosius junior maakte hij de Oostenrijkers mee, de volledige Franse omwenteling en de Hollanders. De Franse periode was de moeilijkste uit de recente kerkgeschiedenis.
Eerst worden vanaf 1795 de inkomsten van de Kerk ingepalmd: via een decreet wordt deze tiendenbelasting toegekend aan de Republiek. De volgende maanden worden de koperen klokken geconfisceerd, worden de kloosterorden afgeschaft, de processies verboden, geestelijken mogen niet langer in religieuze kledij op straat verschijnen, in plaats van kerkelijke feesten werden burgerlijke feesten in het leven geroepen, bv. ter ere van de Godin van de Rede enz... Ondanks deze restrictieve maatregelen, blijft het kerkelijk leven normaal doorgaan tot 14 fructidor van het jaar 5 (= 31 augustus 1797). Op die dag start een periode van 5 jaar vervolging: "De Beloken Tijd".
Dat alle godsdienstige tekens buiten de kerken weggenomen worden: kapelletjes, kruisen, symbolen op de kerkhoven, enz.. is nog het minste. Het ergste is echter dat de clerus gedwongen wordt, om een eed af te leggen van haat tegen het koningdom en trouw aan de republiek. Pastoor De Busschere geeft toe en legt in 1797 de eed af. Hij is echter bij de minderheid, want in het decanaat Torhout is slechts 20 % van de priesters hiertoe bereid. In het najaar van 1798 barst de alombekende Boerenkrijg los, die door de Fransen gewelddadig neergeslagen wordt. Hierop volgt een razzia op de onbeëdigden, die hun erediensten nog alleen op geheime plaatsen kunnen uitvoeren. De Busschere daarentegen, kan als beëdigd pastoor officieel zijn functie verderzetten. Zijn 'collaboratie' wordt echter niet geapprecieerd: het merendeel van de parochianen blijft buiten vóór de kerk de rozenkrans bidden, terwijl hij binnen de mis leest. Alleen voor de sacramenten doen ze nog een beroep op hem. De eed van haat slaat dus diepe wonden van verdeeldheid, die nog lang na de Beloken Tijd zullen bloeden.
Aan die Beloken Tijd komt een einde op 18 germinal jaar 10 (= 8 april 1802). Op die datum wordt een concordaat tussen paus Pius VII en Napoleon, bekrachtigd. Na dit concordaat vraagt De Busschere openlijk op de preekstoel om vergiffenis. Aangezien hij nog pastoor blijft tot op 75-jarige leeftijd in 1820, heeft hij die vergiffenis blijkbaar bekomen. Intussen was onze voorouder Carolus Lanssens in 1811 uitgeweken naar Oostkamp. Maar laten we eerst teugkeren naar Eduardus Lanssens.

Het was de toenmalige voorzitter van de Torhoutse Heemkundige Kring, Eric Lecomte, die ons de afrekening van de paardenmarkt ("Thourout feeste" of "Sintepietersdagh") van dinsdag 29 juni 1790 onder de neus duwde. Op de tweede bladzijde lezen we dat aan "Eduard Lanssens, officier", 5 schellingen betaald werd. Eduard was dus ordehandhaver op de beroemde jaar- en paardenmarkt!! Het was overigens een zeer mager jaar: er werden slechts 62 'peerden' en 10 zuigelingen verkocht, de helft van in 1789. Per paard werd een tol geheven van 4 schillingen. ("Daer zijn vertholt den nombre van sevenensestig peerden daerin begrepen de zuyghelinghen twee voor een, bedragende a vier schillingen grooten courant."). Ook de volgende jaren 1791, 1792 en 1793 blijft Eduardus in functie: "De officieren Lodewijck Van Thournout, Joannes Monballieu en Eduard Lanssens met hunne assistenten over hunne devoiren int vigileren op de frauden vanden thol" ontvangen samen 1 pond.
De geschiedenis van de Torhoutse paardenmarkten is verweven met die van Torhout en Wijnendale en met de grote namen die erover hebben geschreven. Graaf Robrecht de Fries zou al in 1085 de aanzet hebben gegeven voor een jaarmarkt, die zich later op paarden zou specialiseren. Meest gegeerd was "De Vlaanderaar", een hoog en sterk paard, geschikt om de zware pantsers van de Middeleeuwse legers te torsen. Het werd gekweekt in de vette polders bij de kust, en was zeer in trek bij kooplui die uit heel Europa naar Torhout afzakten om er paarden te kopen en te verkopen.
Voornamelijk in de 18de en 19de eeuw was Torhout één van de belangrijkste paardenmarkten van Vlaanderen Lange tijd werden speciale treinen ingelegd voor het vervoer van de dieren. Zowel voor militaire als voor burgerlijke doeleinden kwamen kooplui uit Italië, Duitsland, Griekenland, ... de Torhoutse paardenmarkten afspeuren. Het hoogtepunt lag onmiskenbaar tussen 1850 en 1900. In die periode spreken we over 1.000 à 2.000 paarden per markt. Na de Eerste Wereldoorlog ging het steil bergaf en na de Tweede verdween de markt volledig.
In 1977 (2 juli) werd het initiatief genomen om opnieuw te starten met het oude gebruik. Vanuit een folkloristische inslag zijn de Torhoutse paardenmarkten andermaal uitgegroeid tot een plaats waar inderdaad aan "paardencommercie" wordt gedaan. Het evenementenkarakter wordt er echter niet bij vergeten : ieder jaar opnieuw kiest men er de paardenkoningin, en het sluitstuk van de markt is een groots spektakel met paarden allerhande.


Stamboom (genealogie/genealogy/généalogie) Lanssens-Denoo: 22.928 personen (individuals, personnes) dd. 20 november 2017 - site: http://lanssens.be