NAMEN-NAMES-NOMS  | HOME  | EMAIL  naar  ( to / à )  |
Paul Lanssens

LANSSENS - DENOO STAMBOOM
genealogie - genealogy - généalogie
Lanssens - Lansens - Lanssen - Lansen - Lamsens         Denoo - Deno - Denaux

»»» voor elke aanvulling of probleem: mail naar Paul Lanssens    -    Pour tout complément ou problème: mail à Paul Lanssens «««


Notities bij: David LANSSEN


David is geboren als 'Lansens', maar zijn vader, broers en zussen waren 'Lanssen', en ook hijzelf ondertekende steeds met 'Lanssen'. Het volledige levensverhaal van David Lanssen en zijn familie werd gepubliceerd in het tijdschrift Rollarius van januari-februari 1990. Dit artikel wordt hierna overgenomen.

Tijdens het revolutiejaar 1789 was er in Roeselare nog een officiële aanvaarding van Poorters. Men besefte niet dat het 'Ancien Régime' voorbij was, en dat de Franse Revolutie al deze gebruiken definitief overboord zou gooien. David Lanssen (zoon van Jacobus Lanssen en Maria Vanparys) en zijn vrouw Victoria Biebuyck (dochter van Josephus-Franciscus Biebuyck (+) en Anna-Theresia Denys) werden op 6 juli 1789 aanvaard als Poorters van Roeselare.

David Lanssen woonde met zijn gezin in de Noordstraat n° 5, tegenwoordig een toplocatie in de tweede belangrijkste winkelstraat van de stad. Hij behoorde tot de gegoede burgerij van Roeselare, waar hij ook nog andere eigendommen bezat. Hij hield er een knecht op na. Toen hij dus 8 dagen vóór de bestorming van de Bastille te Parijs, het Roeselaarse poorterschap aannam, bleef hij trouw aan de oude tradities. Maar anderzijds zal zijn poorterschap ook wel een commerciële bedoeling gehad hebben, nl het uitoefenen van een 'poorterlijke nering' (horlogemaker), en ook een fiscale bedoeling, nl het vrijwaren dat een 'issuwe-recht' (belasting van niet-poorters) op zijn goederen zou geheven worden.
En verder hield hij het politieke tijdsbeeld toch wel in de gaten. Op 2 mei 1794 - enkele weken vóór de slag van Roeselare-Hooglede van 10-13 juni 1794, en vóór de uiteindelijke overwinning van de Fransen op de Oostenrijkers te Fleurus op 26 juni 1794 - kreeg Davids 'aide-horloger' Pieter Dewilde een paspoort om gedurende 6 maanden de Mandelstad te verlaten, en in verscheidene steden van de Oostenrijkse Nederlanden en in Holland de zaken van zijn meester te behartigen, maar ook om voor zijn meester desnoods een veilig onderkomen te zoeken ('en cas de besoin y chercher un asyle assuré').
Een overbodige zorg, want vanaf 10 juni 1794 namen de Franse troepen van generaal Jean-Charles Pichegru hun intrek in Roeselare en David Lanssen is daar gebleven.

David Lanssen was uurwerkmaker (horloger, horlogiemaker); in 1806 staat hij ook als goud- en zilversmid (orfèvre) geregistreerd, en in 1815 ook nog als slotenmaker (serrurier) die een slotenmakersknecht (Franciscus Dubois, °1791, uit Kortrijk) in dienst had. Horlogemaker Lanssen had blijkbaar een technisch vakmanschap dat zich niet beperkte tot uurwerken. Zo vervaardigde hij in het jaar VII van de Franse Republiek (1798-1799) in opdracht van de Roeselaarse 'Administration Municipale', geleid door de Franse 'Commissaire du Directoire' Alexandre l'Hermite, een draagbare handbrandspuit voor de stedelijke brandweer. Voor dit werk ontving hij 1.000 pond parisis, waarvan 624 pond verzameld was bij de inwoners via een openbare omhaling. Het blijkt dat Lanssen voor het vervaardigen van deze brandspuit gebruik maakte van technische tekeningen die een zekere Maubeuge, zadelmaker te Rijsel, in juni 1794 aan de Roeselaarse stadsmagistraat had bezorgd.

Tussen 1789 en 1806 groeide het gezin Lanssen aan met negen kinderen. Tijdens die periode maakte vader Lanssen de Brabantse Omwenteling mee tegen de Oostenrijkers, de diepe administratieve bestuurswijzigingen tijdens de Franse bezetting, de veplichte militiedienst (conscription) voor zijn eigen zoon, de Beloken Tijd voor de Katholieke Kerk, de verbanning van priesters die de eed weigerden, het Concordaat van 1801 tussen Napoleon en de paus, het mislukte bezoek van Napoleon-Bonaparte aan Roeselare waarbij op 10 juli 1803 alleen diens vrouw Joséphine de Beauharnais gehuldigd werd, en de economische uitputting door de Napoleontische oorlogen.
David's katholicisme zou de stam Lanssen bekend maken als een 'priester-familie' uit de 19° eeuw met meerdere roepingen, seculier en regulier.

Het eerste kind dat in Lanssen's gezin op de wereld kwam was Jacobus. Hij maakte als seminarist de Beloken tijd mee met de Kerkvervolging. Hij werd priester gewijd op 29.06.1814 en onmiddellijk daarna aangesteld als leraar in het college van Poperinge. Op 5 februari 1820 werd hij onderpastoor te Kemmel, in september 1822 directeur van het college in Oudenaarde en in 1825 directeur van het hospitaal van Wervik. Als 38-jarige werd hij pastoor van Sint-Baafs-Vijve, toen nog bij het bisdom Gent, waar hij in 1847 overleed (zie uitgebreide tekst bij Jacob zelf).

Naast hun zoon-priester Jacob telde het gezin Lanssen-Biebuyk nog een rist kinderen. Joannes en Petrus-Albertus zijn voortijdig overleden, en Amelia-Francisca waarschijnlijk ook (haar overlijden hebben we niet gevonden).
Anna-Victoria was het vijfde kind, geboren op 11 februari 1797. Zij werd op 23 september 1818 geprofest in het Sint-Joris hospitaal te Menen onder de naam 'Zuster Marie-Joseph', waar zij bleef tot haar overlijden op 17 oktober 1847.
Julienne-Victoire, geboren op 27 januari 1801, en (Victoire)-'Colette', geboren op 4 januari 1804, bleven ongehuwd gans hun leven samenwonen. Na het overlijden van hun ouders verlieten ze de Noordstraat en gingen als 'naysters' wonen in de Ooststraat 136. In 1847 vinden we hen als 'mutsenmakers' in de Zuidstraat 63, waar ze ook enkele kamers in pension gaven. Ze overleden allebei op een 31 oktober, Julienne in 1875 en Colette in 1872.
Het laatste kind van het gezin Lanssen-Biebuyck was Virginie-Octavie, geboren op 28 juni 1806. Zij huwde met Joannes Dekiere en overleed in 1859 op 53-jarige leeftijd.


Stamboom (genealogie/genealogy/généalogie) Lanssens-Denoo: 22.873 personen (individuals, personnes) dd. 2 augustus 2017 - site: http://lanssens.be